Door te klikken op onderstaande link kom je bij een powerpoint met
uitleg van de nieuwe hockeyregels. De powerpoint staat op de site van de
KNHB en vond deze erg duidelijk.
http://www.knhb.nl/arbitrage/nieuws/DU13228_Presentatie+met+animatie+over+de+nieuwe+spelregels.aspx
Gijs de Koning
BRIEFING BONDSSCHEIDSRECHTERS
SEIZOEN 2009-2010
Het nieuwe spelreglement 2009-2010 is verschenen, dus is het tijd voor
iedereen om hier weer gedegen kennis van te nemen. In dit seizoen worden de
verplichte experimentele regels 13.1 en 13.2 van kracht. Dit zijn fundamentele
wijzigingen op het gebied van het nemen van een spelhervatting. Sinds 1 mei
2009 zijn deze regels internationaal van kracht, de eerste ervaringen zijn dus
al opgedaan. Het is van wezenlijk belang om specifiek hiervan inhoudelijk op de
hoogte te zijn maar meer nog om voldoende eigen ervaring hiermee te hebben
opgedaan voordat de competitie in september begint. Een prachtige mogelijkheid
hiervoor is uiteraard het fluiten van oefenwedstrijden waar je met de nieuwe
regels geconfronteerd wordt. Ben je ervan bewust dat het in het begin voor alle
wedstrijddeelnemers (spelers en scheidsrechters), begeleiders en publiek wennen
is!
De briefing is
een aangescherpte uitleg van de regels die vaak op basis van wedstrijdervaring
wordt opgesteld. Het geeft afspraken weer die door bondsscheidsrechters moeten
worden uitgevoerd. Hun wedstrijden zijn meestal van een ander niveau dan de
gemiddelde recreatieve wedstrijd en dat vraagt soms om een iets andere aanpak.
Dat biedt mogelijkheden om meer te laten doorspelen (modern fluiten), maar
vraagt tegelijkertijd meer aandacht voor controle en discipline.
De afspraken
zijn niet vrijblijvend en niet bedoeld als discussiethema. Ze zijn bedoeld om
helderheid te geven over hoe de spelregels moeten worden toegepast. Lees de
briefing goed door. Spelers, begeleiders, publiek,maar ook je
collega-scheidsrechters willen een voorspelbare en eenduidige aanpak.
Scheidsrechters met eigen regels en
scheidsrechters met de houding van, ik weet dat
dit is afgesproken, maar ik vind het beter om
het zoals vroeger te doen scheppen alleen maar verwarring en
zijn dus slecht en oncollegiaal bezig.
Regelwijzigingen;
Een
spelhervatting (vrije slag, inslag, uitslag, lange hoekslag en beginslag) mag
met een zogenaamde self-pass worden
genomen. Dit geldt niet voor het nemen van een strafcorner of strafbal. De
nemer moet duidelijk en zichtbaar een poging doen de bal te stoppen voordat
hij/zij de spelhervatting mag nemen. Het niet of onvoldoende controleren van de
bal wordt bestraft met een vrije slag tegen.
Een vrije slag
voor de aanvallende partij mag niet genomen worden binnen 5 meter van de cirkel rand. Krijgt een
aanvaller binnen 5 meter van de cirkel een vrije slag, dan moet de bal
teruggelegd worden tot 5 meter buiten de cirkel, recht tegenover de plaats van
de overtreding.
Bij een
spelhervatting (vrije slag, inslag en lange hoekslag) voor de aanvallende
partij binnen het 23-meter gebied moeten alle andere spelers (medespelers en tegenstanders) anders dan
degene die de spelhervatting neemt, op 5 meter
afstand van de bal staan.
De bal mag
vanuit deze spelhervatting niet direct de cirkel
in gespeeld worden. Dit
mag wel door of via een andere speler (medespeler of tegenstander), die bij het
nemen van de spelhervatting dus nog op minimaal 5 meter afstand van de bal
stond.
Ook mag de bal
door degene die de spelhervatting neemt zelf (dus
met gebruik van de self-pass) de
cirkel in worden gebracht, maar dan moet de bal eerst, na het nemen van de
spelhervatting minimaal 5 meter hebben afgelegd,
voordat hij de cirkel in gespeeld mag worden. Dit spelen betekent opnieuw slaan,pushen of raken van de bal. De
bal 5 meter laten rollen voordat de cirkellijn wordt gepasseerd zonder opnieuw
te zijn gespeeld is dus niet toegestaan. Voor die afstand van 5 meter geldt
geen specifieke voorwaarde, als de bal in totaal maar minimaal 5 meter heeft
afgelegd (in 1 richting, of heen en weer).
Bij een spelhervatting voor de verdedigende partij verandert
de afstandregel niet: dan moeten alleen de tegenstanders 5 meter afstand
houden.
Spelhervattingen;
De (vijf meter)
afstandregel bij spelhervattingen
moet strikt worden toegepast; dit geeft duidelijkheid en vermindert de kans op
gevaar. En vijf meter betekent vijf echte meters. Begin daar vanaf het begin
van de wedstrijd mee en laat duidelijk merken dat je van plan bent om de
strafmaat op te voeren wanneer de spelers de overtreding blijven herhalen. Help
de spelers bij aanvallende spelhervattingen binnen het 23-metergebied. Als je
ziet dat een medespeler niet op 5 meter afstand staat kun je in het begin van
de wedstrijd 1 of 2 keer preventief fluiten door voordat
de bal is genomen te corrigeren. Als je dit maximaal 2 keer
gedaan hebt moet de boodschap duidelijk zijn. Maar pas op dat je een snelle self-pass niet frustreert door je extra
fluitsignaal. Het is heel belangrijk om de juiste keuze te maken tussen
controle en snelheid.
De regel geeft
aan dat een vrije slag genomen wordt nabij de plaats van de overtreding. Met de
invoering van de self-pass betekent het snel extra voordeel voor de
aanvallende partij als de bal niet op de juiste
plaats wordt genomen. Herken dit en wees dus strikter in de bal
op de juiste plaats leggen. Treed pro actiefop en probeer zo te voorkomen dat
je de enige regeltechnische optie toe moet passen: vrije slag tegen.
Indien een aanvallende vrije slag is toegekend voor een overtreding binnen het
23-metergebied moet de vrije slag ook binnen het 23-metergebied worden genomen.
Het is dus niet toegestaan de bal net buiten het
23-metergebied te nemen om daarmee de restrictie van het niet
rechtstreeks de cirkel in mogen spelen te omzeilen.
Indien binnen
het 23-metergebied een aanvallende spelhervatting met een self-pass wordt genomen mag deze niet direct
met een scoop over de hele cirkel
heen worden gespeeld. (Het gebied boven
de cirkel geldt ook als cirkel en dus moet de bal in dit geval eerst 5 meter
afleggen voor hij/zij gescoopt kan worden.)
De eerste
ervaringen met een self-pass
direct gevolgd door een hoge scoop hebben geen extra gevaarlijke situaties
opgeleverd. Ben je er wel van bewust dat de scooper ervoor moet blijven zorgen
dat het vertrek van de bal niet gevaarlijk is
voor een tegenstander. Een inlopende tegenstander die geen bal
kan of wil spelen maar alleen maar probeert gevaarlijk spel uit te lokken moet
worden bestraft.
Flow of the
Game;
Met de
invoering van de self-pass zal het
spel nog sneller gaan en is het dus van wezenlijk belang af te wegen of laten
lopen een betere optie is dan fluiten. Het is en blijft prachtig
als we wedstrijden zien die niet onnodig door fluitsignalen worden onderbroken.
Wees je er echter van bewust dat dit nooit ten
koste mag gaan van controle over de
wedstrijd. Het hangt ook af van de capaciteiten en de
spelopvatting van de spelers. Sommige wedstrijden zijn gewoon niet geschikt om modern te fluiten. Een fysieke wedstrijd
vraagt om goed en helder ingrijpen, anders krijg je anarchie en chaos. En als
in een wedstrijd iedereen stilstaat na een shootje, heeft roepen om modern
doorspelen ook weinig zin. Maar als teams het oppikken, krijg je een leuke
wedstrijd. Vaak is het goed als je, nadat je hebt laten doorspelen, een
overtredende speler alsnog toespreekt of bestraft. Zo laat je iedereen zien dat
je de fout echt wel hebt gezien en toon je de overtreder je grenzen aan. Maar
ook geeft het wel geven van een fluitsignaal na een fysieke aanslag soms een
helderder signaal, dan het geven van voordeel op een ongevaarlijke plek op het
veld, alleen maar omdat de getroffene de bal niet kwijt raakte. De juiste
keuzes hierin maken betekent het beheersen van modern fluiten.
Wees alert op overtredingen
die gemaakt worden direct nadat een partij balverlies heeft geleden en er een
snelle uitbraak dreigt. De op het eerste gezicht ongelukkige, kleine
overtredingen hebben vaak maar 1 doel: zorgen dat de snelle uitbraak wordt afgebroken. Laat duidelijk in je
optreden zien dat je dit soortovertredingen herkent waarbij alleen een
fluitsignaal niet genoeg is. Een extra fluitsignaal, vermaning of kaart is hier
op zijn plaats.
Keeper;
De vliegende keep is een veldspeler met een shirt
van afwijkende kleur, die als keeper mag optreden als hij/zij in zijn cirkel
is. Hij/zij wordt als extra drukmiddel ingezet en zal dus vaak helemaal niet
verdedigen. Hij/zij mag binnen zijn 23-metergebied met een helm op
spelen, maar hoeft dat niet.
Het wisselen van soort keeper mag
op momenten dat spelerswissels zijn toegestaan. Dit mag dus niet bij een strafcorner en wel bij een strafbal. Als een keeper bij een strafcorner tegen, niet
verder kan of mag spelen, mag hij worden vervangen. Als er op dat moment met
een vliegende keep wordt gespeeld, mag deze alleen door een andere vliegende
keep worden vervangen. (Anders zijn alle vliegende keepers plots geblesseerd
bij elke strafcorner tegen, zodat de standaard keeper de strafcorner mag
verdedigen.)
Bij het
verdedigen van een strafcorner of een strafbal moet de vliegende keep zijn/haar
helm op, maar mag hij/zij geen andere
keeperuitrusting aandoen. Ook geen keeperhandschoenen.
Wanneer een
vliegende keep de 23-meterlijn passeert met
zijn helm op, wordt hij bestraft met een vrije slag. Niet met een strafcorner,
want de overtreding vindt buiten het 23-metergebied plaats.
Een standaard
keeper die gewisseld wordt, kan vervangen worden door een vliegende keep of
door een andere standaard keeper. Hiervoor wordt geen
omkleedtijd gegeven. Dus als een team er voor kiest omzonder
reserve standaard keeper te spelen, hebben zij bij een keeperwissel slechts 1
optie: de vliegende keep. (Langs de kant kan daarna wel iemand de keeperspullen
aantrekken en later als standaard keeperweer met de vliegende keep wisselen,
maar voor deze kleedpartij wordt de wedstrijd niet opgehouden).
Gebruik van
lichaam en stick;
Een sliding waarbij de tegenstander onderuit wordt
gehaald, is een opzettelijke overtreding. Als een tegenstander ten val komt
door een slecht getimede of slecht uitgevoerde sliding, krijgt de dader een
gele kaart.
Je hier niet
aan houden heeft tot gevolg dat spelers niet meer weten waar de grenzen zijn.
Bij
spelhervattingen in de buurt van de cirkel ontstaan regelmatig duw- en trekpartijen. Vaak proberen we dit door
een extra fluitsignaal of een boze blik op te lossen. Soms helpt dit, maar vaak
ook niet. Het kan helpen om beide daders te bestraffen, maar als 1 partij de
schuldige is, dan is een spelstraf juist. Niet blijven fluiten en sussende
gebaren maken; geef een strafcorner als de verdediger de dader is en een vrije
slag tegen als de aanvaller het is.
Het stoppen of spelen van de bal met de stick boven de schouder
is m.u.v. het verdedigen van een doelpoging niet toegestaan en moet worden
afgefloten. Dus niet langer, zoals er in lijkt te sluipen onbestraft laten.
Hierbij moeten we onderscheid maken tussen sticks en hengelen. Hengelen is de
actie om de bal die duidelijk over een speler heen gaat met een stick boven het
hoofd tegen te houden. Dit is per definitie een opzettelijke overtreding en een
gele kaart. Sticks is al dan niet opzettelijk een bal spelen (net)boven de
schouder waarbij de scheidsrechter moet oordelen of hier sprake is van opzet of
onkunde. Alleen bij pure opzet of het onderbreken van een doorbraak volgt,
naast de spelstraf, ook een kaart.
Strafcorner;
De tijd die
verstrijkt tussen het toekennen en nemen van een strafcorner is een punt van
aandacht. Na het geven van een strafcorner dient zowel de aanvallende als verdedigende
partij zich direct klaar te maken om de strafcorner te nemen of te verdedigen.
Laat in je houding naar spelers zien dat je niet gediend bent van commentaar en
maan zo nodig de partijen sneller klaar te gaan staan (inclusief aantrekken van
handschoenen en/of maskers). Als je hier actief
mee bezig bent kun je in veel gevallen lange wachttijdenvoorkomen.
Uiteraard heb je in uitzonderlijke gevallen altijd nog de mogelijkheid de tijd
stil te zetten.
Wanneer men bij
de eerste strafcorner al tweemaal te vroeg
is uitgelopen volgt
bij de volgende keer, als dezelfde partij weer te vroeg uitloopt, een groene
kaart. De hierop volgende speler van dezelfde partij die het trucje weer
probeert, krijgt geel. Let goed op dat het hier over hetzelfde team gaat, dus
niet team B een gele kaart geven bij zijn eerste keer te vroeg uitlopen, omdat
team A al groen heeft gehad. Als duidelijk is dat een team opzettelijk te vroeg
uitloopt, hoef je natuurlijk niet tot een herhaling te wachten voordat je dit
bestraft. Anders gaan de teams denken dat de eerste twee keer gratis zijn.
Bij en na het
nemen van de strafcorner gebeurt er van alles in en om de cirkel. Je hebt hier
in veel gevallen de hulp van je collega nodig
om te kunnen waarnemen wat er allemaal gebeurt. Met name bij het in lopen
door aanvallers en het uitlopen van verdedigers wordt meer tegen de regels
gezondigd. Maak met je collega voorafgaand aan de wedstrijd duidelijke
afspraken over wie waar op let en hoe er tussen beide scheidsrechters wordt
gecommuniceerd.
Persoonlijke
straffen;
Niet elke
teleurgestelde reactie van een speler hoef je direct met persoonlijke straffen
te beantwoorden. Het zijn geen robots. Maar vaak lijkt het alsof het vrij
schieten is op de arbitrage wanneer een speler of begeleider teleurgesteld is. Daar moet een eind aan komen.
Als je een
kaart geeft, doe dat dan rustig en niet agressief en voorkom dat je in
discussie gaat met een speler. Toon de kaart
en daarmee is bereikt wat je wilt. Een gesprek erbij is helemaal niet nodig
en lokt vaak verdere, onnodige discussies uit.
Een speler die
zich onredelijk (dat wil zeggen te fel, te vaak of te dom) afreageert op de arbitrage, moet direct merken
dat dit niet kan. En als zijn/haar reacties of emoties dan tot kaarten leiden,
dan is het zijn/haar probleem. Maar door niet op te treden, wordt het
uiteindelijk jouw probleem voor die wedstrijd, en uiteindelijk ons probleem als
team van scheidsrechters, omdat we dan niet consequent zijn.
Een kaart voor de aanvoerder in functie is bedoeld
om hem/haar op te dragen het gedrag van zijn/haar team te verbeteren. Zeker als
er meerdere spelers tegelijk komen protesten is de
aanvoerder de juiste persoon om met een kaart te bestraffen.
Maar als je duidelijk weet wie de dader is, moet je niet de aanvoerder, maar
die dader bestraffen.
Een goed
getimede groene kaart geeft een
signaal af waar je grenzen liggen (naar beide teams!). Driekeer groen in 1
wedstrijd moet voldoende zijn om je boodschap over te brengen. Waarschuw beide
teams daarna, dat die kleur op is.
Hiermee voorkom je dat de gele kaart die mogelijk volgt als veel te zwaar wordt
gezien. Alleen als alle kaarten bij 1 partij vielen, is het onredelijk om de
eerst volgende groene kaart tot geel te promoveren als die voor de andere
partij is. Dan valt dus de uitzonderlijke vierde(maar dan echt laatste) groene
kaart in de wedstrijd. Een groene kaart in de laatste fase van een wedstrijd
heeft geen effect. Dus zul je daar een andere optiemoeten kiezen, zoals die
boze blik. Is het echt een kaart dan zal groen helaas voor de speler niet meer
kunnen.
De kaarten
opbouw begint meestal met een paar keer groen, voordat er geel valt. Maar wees
ook helder naar de spelers dat een grove
overtreding gewoon geel oplevert ook als er nog helemaal geen
groen gevallen is.
Het merendeel
van de teambegeleiders gedraagt zich prima en onthoudt zich van commentaar op de arbitrage. De uitzonderingen
en zeker de reacties die niet puur emotioneel zijn, moeten worden aangepakt.
Een teambegeleider die bewust de arbitrage beledigt of die maar blijft
doormekkeren of theatraal non- verbaal zijn ongenoegen uit, moet (eventueel na
een waarschuwing) met geel bestraft worden. Een coach die het veld in loopt om
verhaal te halen, krijgt zonder waarschuwing geel. En schelden betekent rood.
Een enkele
teambegeleider denkt nog steeds dat het over het
hek stappen hem onttrekt aan de jurisdictie van de arbitrage.
Dat is niet zo en als deze persoon zich misdraagt, loopt de aanvoerder kans op
een kaart.
Tweede gele of
groene kaart;
De tweede groene kaart is altijd geel. Voor de
duidelijke communicatie toon je eerst de tweede groene kaart en dan meteen de
gele kaart. De straf voor een tweede groene (en dus gele) kaart is vijf
minuten.
In principe
betekent een tweede gele kaart in
de wedstrijd voor dezelfde speler altijd dat hij/zij voor de resterende tijd
niet meer mag meedoen. Voor de duidelijkheid naar spelers en publiek tonen we
eerst gelen kaarten en dan pas rood. Alleen als een tweede gele kaart wordt
gegeven voor te vroeg uitlopen hoeft dit niet tot een rode kaart te leiden; dan
is tien minuten tijdstraf voldoende. Maar een rode kaart, moet altijd even
voorafgegaan worden door een moment van reflectie. Rood geef je nooit
impulsief!
Vul het wedstrijdformulier goed in. Iemand die na een
gele kaart dit soort overtreding herhaalt, krijgt geel(voor de eerste) en rood
(voor de tweede overtreding). Voor iemand die na een gele kaart voor een ander
soort overtreding opnieuw geel krijgt, noteer je tweemaal geel. Omdat die
tweede kaart voor de rest van de wedstrijd is toon je rood, maar op het
formulier staat (als communicatie naar de tuchtcommissie) 2x geel.
De straftijd
voor een gele kaart is in principe vijf minuten. Alleen voor een fysieke overtreding, op het lichaam gericht is
de straf tien minuten. Slidings, neerhalen van spelers, etc. worden dus bij een
gele kaart bestraft met tien minuten, andere gele kaarten betekenen vijf
minuten tijdstraf.
Als team goed
fluiten;
Goed arbitraal teamverband straalt uit naar de
spelers. Wanneer je collega door een blik of gebaar om advies vraagt, geef dan
duidelijk aan wat je bedoelt. Dan zien de spelers ook dat er een derde team op
het veld staat.
De eerste
internationale ervaringen met de self-pass
wijzen uit dat het spel sneller is geworden
waar door snel kunnen anticiperen en een andere positionering aannemen van
wezenlijk belang zijn. Dit vergt van de afzonderlijke scheidsrechter een nog betere conditie en van het arbitrale team
nog betere afspraken over positionering en samenwerking.
Spelers snappen
best dat niet elke scheidsrechter elke week even briljant is, maar waar ze het
moeilijk mee hebben is wanneer ze niet weten waar ze aan toe zijn. Het is
daarom belangrijk om consistent en consequent te zijn (voorspelbaar fluiten), week in week uit, zowel
bij oefenwedstrijden als bij competitiewedstrijden. Dus: Houd je aan de briefing!
Overleg alleen
met je collega als je denkt dat hij/zij het voorval vanuit zijn/haar positie
ook gezien kan hebben. Aan de houding van je collega kun je vaak al zien of
overleg wel zin heeft. En als je collega aangeeft dat hij/zij het niet gezien
heeft en je dus helaas niet kan helpen, dan moet je dus zelf je beslissing
nemen. Maak het dan meteen aan de spelers helder dat het jouw beslissing is.
Het is heel vervelend
wanneer je als scheidsrechter een fout maakt. Maar het gebeurt iedereen en
spelers scoren tenslotte ook niet elke doelpoging of stoppen elke bal. Het is fact of life. Natuurlijk moet je fouten
trachten te voorkomen, maar als je ze hebt gemaakt, is de manier waarop je met
de vervolg situatie omspringt vaak bepalend voor de manier waarop je in de
wedstrijd geaccepteerd wordt. Meestal wordt een arbitrale fout veroorzaakt door
een verkeerde waarneming. Dan is het als team van scheidsrechters belangrijk om
zoveel mogelijk van elkaar gebruik te maken. Het is de teams om het even wie er
de beslissing neemt, zolang die maar juist is. En als je het allebei niet
gezien hebt, wordt dit beter geaccepteerd dan een vergissing van een
scheidsrechter die te koppig was om de mening van zijn collega te vragen.
Daarvoor hoef je echt niet steeds naar elkaar toe te lopen; oogcontact, een
simpel gebaar of het gebruik van communicatie middelen (in landelijke klassen)
functioneert prima.
Leer om te
herkennen wanneer er iets gebeurt dat je
kennelijk niet gezien hebt. Als je het spelletje begrijpt, kun
je aan de reactie van spelers vaak zien wanneer er wat ongewoons gebeurt. Dat
zijn de momenten waarop je voorbereid moet zijn om een beslissing te nemen. Je
moet dus weten of er misschien wat onreglementairs is gebeurd. Heb je het zelf
niet gezien, dan is een korte blik naar je collega nodig. Misschien is er wel
helemaal niets gebeurd, maar leer dit soort authentieke reacties herkennen en
gebruiken (en onderscheiden van appelleren, want dat is totaal iets anders).
Mocht je een waarnemingsfout gemaakt hebben, leer dan om
niet eigenwijs vol te houden dat jij absoluut gelijk hebt. Vaak leidt die
houding tot veel meer agressie bij de spelers dan de fout zelf. Zeg wat je
waarneming was, leg eventueel de beslissing uit, maar denk niet dat de wereld
vergaat als je een fout toegeeft. Ook na de wedstrijd is communicatie
belangrijk. Praat over je wedstrijd, ook als er kritiek is. Niet praten staat
arrogant en wekt negatieve reacties op.
Maar bij dit
alles moet ook en vooral duidelijk zijn dat het geen pas heeft voor teams om
bij het minste of geringste met allerlei spelers op de scheidsrechter af te
rennen. Beleefd vragen mag soms, maar als een team bij elk fluitsignaal (tegen,
ongetwijfeld) komt vragen, heeft dit niets meer met realiteit te maken. En ook
het feit dat de aanvoerder het recht
heeft om steeds om uitleg te vragen, is een fabel.
Heel veel succes en plezier het komende seizoen!!
Copyright © MHCVlissingen. Alle rechten voorbehouden.


Bestuur & Commissie










